The Darings 1962-1964
…een
Rijswijkse schoolband
door: Roelf Backus
|
T |
he Darings was
een echte amateur-band die ik met enkele medescholieren van het Rijswijks
Gemeentelijk Lyceum, eind 1962 heb opgericht.
In september 1961 krijg ik mijn eerste, en meteen ook elektrische gitaar voor m’n 15e
verjaardag: een blauwe Egmond Manhattan via een advertentie uit de AVRO bode.
Dat het een Egmond was, wist ik toen nog niet, ik had helemaal nog niet van enig
gitaarmerk gehoord. Ze
hadden eerst een bordeauxkleurige gestuurd, maar dat vond ik maar niks. Als
extra aanprijzing in de advertentie werd de Manhattan geleverd compleet mèt
3 meter snoer, het kon ook niet anders want het snoer zat aan het element
vastgesoldeerd. Het bungelde constant tussen je benen, je trapte erop,
struikelde erover of het viel op straat uit de gratis meegeleverde waterdichte
hoes. Het jaar
daarop kreeg ik een kleine Japanse buizenversterker, een 7-10 watt Jennen. De Jennen
beschikt over slechts summiere instelmogelijkheden: twee ingangen, volume, toon
en verrassend genoeg ook een tremolo. Ik kocht een losse Hammond nagalmveer bij Contact in de Wagenstraat in Den Haag. De luidsprekercontacten
afgetapt, naar de ingang van de veer geleid en de veeruitgang weer verbonden met
versterkeringang
twee. Het lukte wonderwel precies, de balans was goed en als je de tremolo
aanzette had je zelfs een soort nagalm-echo; jammer was alleen, dat dan ook het
gitaargeluid zelf op ingang één van tremolo werd voorzien.
Eind 1962 krijg
ik, en later ook m'n klasgenoten Ling Siem en George Ouwerling de eerste gitaarlessen van
René Nodelijk, van René
and his Alligators. Die komt voor f 7,50 per uur bij ons thuis en geeft
dan privé les.
Het eerste optreden
Januari 1963 is
het eerste optreden
van The Darings op een klassenavond op het Gemeentelijk Lyceum te Rijswijk. Een live optreden van een band is in die tijd natuurlijk een
heel bijzondere ervaring, zowel wat betreft de ‘levende popmuziek’ als ook de
gebruikte apparatuur: vaak zelfgemaakte versterkers, luidsprekerkasten,
radio’s of pick-upversterkers van een uitermate gering vermogen en alle
apparatuur werd achter op de bromfiest in etappes vervoerd. Door de
leerkrachten in die tijd werd deze muziek toch steevast als '...pest-herrie met
veel geschreeuw...' omschreven en bij de eerste tonen al, vluchtten enkelen
hals over kop met de handen
stijf tegen de oren gedrukt, in paniek voor het naderende onheil weg.

Het allereerste optreden van The Darings in januari 1963. v.l.n.r. Daan Arnken,
Roelf Backus,
Gerard Brouwenstijn met onzichtbaar daarachter Eddy Riko op het gehuurde drumstel.
De enige foto die er is gemaakt en die helaas deels mislukte omdat er niet geflitst
werd.
Roelf Backus
– sologitaar (Rijswijk), Gerard Brouwenstijn – slaggitaar (Den Haag),
hij had zo’n mooie Höfner met rode vinyl bekleding een 30 watt Egmond
versterker en was een neef van de beroemde operazangeres Gré Brouwenstijn, Daan
Arnken – basgitaar (Rijswijk), met de gouden handjes: wat z’n ogen zagen
maakten z’n handen, speelde een basmelodie op een gewone, zelfgemaakte namaak-Fender
Stratocaster en Eddy Riko – drums (Den Haag) op een bij Muziekhandel
Henk Suiker (Vaillantlaan, Den Haag) gehuurd drumstel. Ling Siem zong een paar nummers, maar het repertoire
bestond toch voornamelijk uit een 20-tal instrumentale Shadows-nummers. De
eerste optredens in 1963 leunden zwaar op de apparatuur van Ling met name z'n pick-upversterker
(4 Watt?) en z'n microfoon. Met een stencilmachine was een
programma -vol taalfouten- gedrukt en hoewel er uitdrukkelijk vermeld stond, dat
er gedanst kon worden, kan ik me niet herinneren dat er één paar de dansvloer
is opgegaan. Het was ook niet ècht een wilde boel.
Korte tijd daarna is in deze bezetting ook nog een keer opgetreden op een soort
talentenjacht, ik geloof in Vinkeveen. Ik had een imitatie-Jazzmaster van
Daan geleend maar die was alleen om naar te kijken want in de vrij grote zaal was
er eigenlijk alleen van Gerard met z'n 30
watt versterker iets te horen en ook Eddy beukte er krachtig op los. Een leuk incident was daar overigens, dat een gitarist
van een concurrerende band, terwijl hij zijn Fender Stratocaster (!) uit de
koffer haalde, mijn imitatie Jazzmaster zag en verbijsterd uitriep: '...verrek
die gas hep un Jaguar..!' De kritieken waren na afloop nog niet eens zò
slecht, maar het kon ook niet veel slechter want de meeste bands waren absoluut puin.

...helemaal rechts de 'zanginstallatie': een pick-up met
ingebouwde versterker...
Eddy Riko had een snare en bekken gekocht.
21 maart 1963
Ling Siem
Ling was financieel bevoorrecht. Z'n vader was apotheker en de familie Siem
woonde in een fraaie villa op de Huis te Landelaan in Rijswijk. Ling had dan ook
al begin jaren '60 de materiële zaken waar wij slechts van konden dromen: een Kreidler
bromfiets (met opvoer-set, goed voor óver de 100 km/u!), en transistor pick-up,
een JVC stereoversterker met grafische equalizer (de eerste die we ooit
zagen) een microfoon, eerst een Davoli gitaar, later een sunburst Fender
Stratocaster (in 1964), die hij overigens zwart liet spuiten. In het zelfde
jaar een Dynacord zanginstallatie bestaande uit een Eminent
versterker en een Echocord echo en weer wat later een Fender Bassman
versterker. Ik mocht de Stratocaster en de Bassman overigens beide van hem lenen gedurende mijn optredens
met The Raylettes in 1965. Daar deed hij helemaal niet moeilijk over. Ik
denk in 1966, heeft hij de Strat ingeruild en een rode Fender Jazzmaster
gekocht. En eerlijk is eerlijk: hij deelde alles met mij, of het nu
muziekapparatuur, grammofoonplaten, fotoapparatuur of video's waren (geen
vriendinnetjes).
Hoe we aan
Gerard kwamen, weet ik niet meer, hij was banketbakker en vaag staat me iets bij
van een advertentie. Hij zat niet bij ons op school, maar hij had
die begerenswaardige Höfner en die Egmond versterker... Je zag wel vaker in die tijd dat het lidmaatschap van een
band meer gerelateerd was aan de hoeveelheid en soort apparatuur die je bezat,
dan aan je muzikale kwaliteiten!
![]() |
![]() |
| v.l.n.r. Roelf Backus, Ling Siem, Chris Riezebos, Daan Arnken en Eddy Riko (drums). Maart 1963 | Jennen versterker, eronder een speakerkast van de school, zelfgemaakte speakerkast, achter de stoel nog een zelfgemaakte kast, Geloso-versterker met witte draaiknoppen en (uiterst rechts, niet zichtbaar) een pick-upversterker als zangversterker! Egmond-Manhattan, zelfgemaakte vioolbas, Famos archtop. Eén bekken, een snare-drum en één microfoon. Maart 1963 |
Geen geld...wel spelen
Het klikte niet
echt met Gerard, daarom in maart 1963 weer een klassenavond, nu met medescholier
Chris Riezebos als rhythmgitarist. Die had ’losse polsjes’ en kon
bijvoorbeeld The Savage van The Shadows begeleiden. Chris had een
hollow-body elektrische gitaar, een Famos, een Nederlands gitaarmerk uit Venlo. Met
alle foto's van the Shadows en hun Fenders gingen onze harten niet bepaald
sneller kloppen van deze wrakke jazzgitaar, die ook een 'hollow' hals had. Als zanger
trad weer op: Ling Siem. Daan had nu een ‘echte’ basgitaar gekocht, het was
trouwens weer een zelfgemaakte: een vioolbas-Höfner-model. Deze formatie heeft tot
medio 1964 bestaan en speelde vooral op scholen en af en toe op een jongerensociëteit
of sportvereniging. Geld hebben we nooit verdiend, we huurden soms een
echoapparaat (f 50,- per avond) en de apparatuur werd vervoerd achter op de
bromfiets. Over het algemeen kregen we nauwelijks of niets betaald en moest er
geld bij. George
Ouwerling, eveneens een schoolvriend had een speakerkast gebouwd, had een
kleine pick-up versterker, hielp met de
apparatuur en zijn vader
maakte de eerste officiële bandfoto’s. George was ook nog korte tijd de
zanger, maar verder dan het oefenstadium zijn we nooit met hem gekomen.
|
De zelfgemaakte Jazzmaster
Het onbereikbare 'hoogste goed' was natuurlijk een echte Fender gitaar. In de buurt
kwam mijn imitatie-Jazzmaster, die door Daan Arnken eind 1963 is gebouwd. Daan had al
enige ervaring, want hij had al eerder een Stratocaster en een Jazzmaster nagebouwd. Deze
zelfgebouwde Jazzmaster was eveneens erg goed gelukt. De bodycontour hadden we bij Muziekhandel
Gerritsen in de Boekhorststraat van een echte Jazzmaster op een papier mogen
overtrekken. De hals voorzien van een pen en de toets mèt fretten waren gekocht
evenals de andere hardware. De body was gemaakt van multiplex en loodzwaar. Bij
een autospuiterij werd de gitaar met celluloselak felrood gespoten. De elementen waren in eerste instantie humbuckers van Carulli (een
vaag eigenmerk van Muziekhandel
Servaas in de Schoolstraat en waarschijnlijk afkomstig
van Höfner), maar die klonken helemaal niet 'Fenders'. Daarom heb
ik al vrij snel één spoel van de dubbele humbuckers losgekoppeld en
weggegooid. De twee overgebleven enkelspoelen heb ik overgewikkeld met
spoeldraad van Fender-dikte. De witte elementenkapjes en slagplaat had Daan van
formica gemaakt en er zat een héél goed geluid in... (Pas veel later
realiseerde ik me, dat het goede geluid niet door het opnieuw wikkelen kwam,
maar door het feit dat ik van een humbucker een single-coil element had
gemaakt.)
Ook George Ouwerling heeft nog een poging ondernomen zelf een Jazzmaster te bouwen. Voor
de body had hij een soort grove spaanplaat (!) bedacht. Daar ging alleen al een
vermogen aan plamuur in om de gaten op te vullen, maar uiteindelijk was daar
toch een redelijk gladde en wit-gespoten body. De hals had George ook al
gekocht, best een fraai exemplaar, maar het spaanplaat bleek veel te zwak om een
hals goed stevig aan vast te schroeven, ...wisten wij veel...
![]() |
![]() |
| Imitatie-Jazzmaster
gebouwd door Daan Arnken. Roelf Backus, november 1963 |
Daan Arnken, Ling Siem, Roelf Backus op de Fender Jazzmaster (van Ton de Graaf †) en Chris Riezebos met mijn imitatie Jazzmaster, beneden tegen de stoel nóg een zelfgemaakte Jazzmaster. Februari 1964 |
Voor het eerst op een echte Fender
George Ouwerling en Ling Siem, beiden ook leerlingen van René, hadden Ton de
Graaf
†-de begeleidingsgitarist van the Alligators- benaderd met het verzoek zijn
Fender eens te mogen lenen om mij erop te laten spelen. Kort voor het optreden bezwoer
ik nog -doodnerveus- , dat ik altijd-en-eeuwig alléén op m'n eigen gitaar zou spelen waarbij ik
natuurlijk niet wist dat al er een echte Fender voor mij achter de coulissen lag!
George en Ling zweetten peentjes omdat ik hun verrassing bij voorbaat al leek af
te wijzen, maar het is allemaal toch nog goed gekomen. Ton wilde er 'slechts' een setje
Fender-snaren voor hebben: f 12,50 (!). Mijn zakgeld was in die tijd f
2,50
per week, dus bijna anderhalve maand sparen. ( Zo van: '...moet je er echt
niks voor hebben? ...nou vooruit dan maar, doe maar een setje snaren...' )
Ton dacht als artiest al in heel andere bedragen dan wij, arme scholieren.
![]() |
![]() |
| ...dat in-elkaar-rammen
van muziekinstallaties ìs helemaal niet verzonnen door The Who of Jimi
Hendrix... Ling Siem, november 1963 |
Eddy Riko trommelt op mijn snaren. Afgekeken van René...en nog nooit van The Tielman Brothers gehoord...! Februari 1964 |
Een compleet drumstel
Eddy Riko en
Daan Arnken wilden er tenslotte mee stoppen, de reden weet ik niet meer, en om
door te spelen moeten we natuurlijk nieuwe mensen hebben. Ik denk dat we via een
advertentie Dick de Roode en Rudy van Bommel vonden. Met Dick de
Roode
†
(basgitaar) en Rudy van Bommel (drums & zang) hebben we
wel veel geoefend in de kelder bij mij thuis, maar slechts één keer
opgetreden bij een sportvereniging in Rijswijk. Roelf als sologitarist en Ling
niet meer alleen als zanger maar ook op gitaar en hij kon heel strak en stuwend
begeleiden. Rudy nam het meeste vocale werk voor z'n rekening. Hij kon trouwens vrij goed
zingen en zong in die tijd al met een galmende vibrato in z'n stem. Rudy was
ook onze eerste drummer, die over een volledig drumstel mèt (ein-de-lijk) een
bassdrum beschikte.
![]() |
![]() |
| Dick de Roode † , basgitaar. Hier met mijn imitatie-Jazzmaster. Medio 1964 | Rudy van Bommel, drums & zang. Medio 1964 |
The Raylettes
Veel optredens hebben we niet gehad en uiteindelijk maakte ik kennis met Eric Jahreis,
die bij mij om de hoek woonde, in Rijswijk. Hij zat op de Pedagogische Academie
en was drummer in een IndoRock band The Valiants. Op die manier kwam ik
in aanraking met de semi-professionele IndoRock bands. The Valiants zochten een vervangende gitarist en zouden daarna
als The Raylettes verder gaan. Ik werd als 2e
sologitarist aangenomen en ging voor het eerst spelen in een echte band,
waarmee ik na een oefenperiode medio 1965, in de schoolvakantie augustus 1965 in Les
Galeries in Scheveningen het nachtleven indook en m'n muzikale
carrière een aanvang nam.
Het nachtleven in Scheveningen
Het nachtleven was wel even slikken voor een (groene) 18-jarige HBS-er. Les
Galeries (later Top Ten) was een vage tent op het Gevers Deynootplein in
een galerij links aan de zijkant van het Kuhrhaus. De muren waren zwart
geschilderd, het was er aardedonker en de muziek stond keihard, ...drank en vrouwen vond men
zonder te praten èn op de
tast... Een aanzienlijk deel van de uiterst spaarzame verlichting bestond uit
ultraviolette lampen het zgn. blacklight. Met een grillige willekeur
lichtte daarmee de vreemdste objecten, kleuren en lichaamsdelen spookachtig op: tanden,
wit ondergoed, soms een kunsttand of -gebit en vooral haarroos op de
schouders van een donkere colbertje. Je wist nooit of bepaalde, zorgvuldig
uitgekozen kleding in je
voordeel of nadeel zou oplichten. Dameslingerie lichtte dóór de overjurk uiteraard nog het meest
aantrekkelijk op. Het spelen duurde van 21:00 tot 4:00 uur en
vooral in de late (vroege) uren kwam er, op z'n zachts gezegd een vreemd
soort publiek binnen, dat je overdag zelden zag of dat dan misschien niet
opviel... heren in strakke pakken, met dunne snorretjes en brillantine haren,
vergezeld van
zeer blonde, getoupeerde, hooggehakte en kortgerokte dames. Met de grote hoeveelheid drank die werd genuttigd
werd dat soms
een riskante combinatie waar veel Indo-orkesten over kunnen meepraten. De grote
uitsmijter die bij de deur stond en misprijzend je fooi bekeek, gaf dan slechts
een beperkt gevoel van veiligheid. Na zeven uur spelen hadden we ook flink
honger gekregen. Slechts enkele obscure snackbars waren dan nog open. Daar kon
je voor teveel geld nog wel wat vettigs te eten krijgen. Ook moest je strak voor je uit
blijven kijken als dan een veel-te-hard-pratende heer met draaiende oogjes naar je
toe kwam en vroeg: ...wat kêk-ie...heb ik soms wat van je an...? Dat
leidde meestal niet tot een echt goed gesprek.
|
The Darings 1962-1964 |
||
|
eind 1962 |
begin 1963 |
eind 1963 (éénmalig) |
| Roelf Backus –
sologitaar Gerard Brouwenstijn – slaggitaar Daan Arnken – basgitaar Eddy Riko – drums Ling Siem – zang |
Roelf Backus –
sologitaar Chris Riezebos – slaggitaar Daan Arnken – basgitaar Eddy Riko – drums Ling Siem - zang |
Roelf Backus –
sologitaar Chris Riezebos – slaggitaar Jerry Teunissen – basgitaar Eddy Riko – drums Ling Siem - zang |
|
begin 1964 |
eind 1964 |
zomer 1965 |
| Roelf Backus –
sologitaar Chris Riezebos – slaggitaar Daan Arnken – basgitaar Eddy Riko – drums Ling Siem - zang |
Roelf Backus –
sologitaar Ling Siem – slaggitaar Dick de Roode † – basgitaar Rudy van Bommel – drums |
The Raylettes |

van links naar rechts: Daan Arnken, Eddy Riko, Roelf Backus en Chris
Riezebos.
(foto: L.
Ouwerling, 1963)
Roelf
Backus
Laatste
wijziging: 04-06-2008
Roelf
Backus' Muziek, Oor & Gehoor Site