Dè Indo-Rock Gitaar:
de Fender
Jazzmaster
door Roelf Backus
Klik op de Link
om het geluidsfragment te beluisteren.
Use the Link to play the
soundsample.
De gitaar die het meest bepalend is geweest voor de sound van de Indo-Rock groepen is ongetwijfeld de Fender Jazzmaster. Er is al veel geschreven over deze gitaar, maar er zijn toch enige punten betreffende deze gitaar welke specifiek zijn voor de Indo-Rock.

1965 Sunburst Jazzmaster (L-serie).
Na de introductie van de Telecaster
in 1950 en de Stratocaster in 1954 wilde Leo
Fender (1909-1991) in 1957 een nieuw top-of-the-line
model gitaar. Het werd de Jazzmaster, een nog
verder gerijpt en doordacht concept. Hoewel het misschien vreemd
lijkt, is het geluid van de Jazzmaster niet heel
veel verschillend van dat van de Stratocaster.
Schroef de slagplaat van een Stratocaster los en
soldeer de (achterste) toonregelaar van het middelste element los en verwijder
de draden. Verbindt
nu het voorste element met een extra draad rechtstreeks aan het
middelste lipje van die potmeter en verbindt één zij-lipje met
de uitgangsplug. Nu kan men zonder dat er geboord of gebeiteld is
en zonder uitwendige veranderingen het voorste element door
middel van die draaiknop apart aan- en uitzetten. Zet men de
elementenschakelaar vervolgens op het achterste element en draait
men het voorste element erbij aan, dan herkent men ogenblikkelijk
de bekende, neuzige Jazzmaster sound! (bekijk
een tekening)
(geluidsfragment:
Jazzmaster Sound 'The Jokers')

Copie van de oorspronkelijke patentaanvraag (januari 1958) betreffende de vorm van de Jazzmaster: een echt revolutionair ontwerp met een hoge mate van comfort.
De unieke en revolutionaire vorm van de Jazzmaster is voornamelijk bedacht door Leo Fender zelf, met assistentie van Freddie Tavares en op de vorm alleen al werd in januari 1958 patent aangevraagd. Het idee van de opvallende wilde kleuren kwam van George Fullerton en het aparte rhythm circuit werd bedacht door Forrest White. Door de vreemde asymmetrische vorm hangt de Jazzmaster perfect in balans. Deze balans wordt al verstoord door andere of zwaardere stemmechanieken en ondervond ook iemand, die een stuk van de onderzijde afzaagde om 'eens wat anders te proberen'! De vorm is tevens optimaal voor zittend spelen en voor de zogenaamde klassieke speelhouding (zie figuur). Probeer dát maar eens met een Gibson Les Paul! Alles bij elkaar is de Jazzmaster nog ergonomischer dan de toch al bijna perfecte Stratocaster.

Eén van de eerste folders van de Jazzmaster (1957): een geanodiseerde aluminium slagplaat met zwarte elementen. De volume- en toonregelaars zijn eveneens afwijkend van vorm. De gitaar is gespoten in twee-kleuren sunburst.
De Indo-Rock
kenmerkt zich door een strakke staccato begeleiding dicht bij de
brug op vooral de laagste twee of drie snaren.
(geluidsfragment: Indo-Rock 'The Javalins')
Het stuwende geluid werd nog versterkt, door de
toentertijd erg dikke en strakke snaren extra laag -en dus
slapper- te stemmen.
(geluidsfragment: lage stemming 'René and his
Alligators')
Bij een Stratocaster worden de snaren van achteren dóór de body ingevoerd en ze lopen met een vrij scherpe knik over de brug naar de hals. Door dat gebeuk op die lage snaren sprongen ze dan ook regelmatig en ze waren in de jaren '60 niet bepaald goedkoop. Bij de Jazzmaster lopen de snaren vrijwel recht in een flauwe bocht over de brug en gebroken snaren komen zodoende dan ook niet vaak voor.

A 7,9 akkoord
Wie op een Stratocaster vlak
bij de brug speelt of akkoorden tremoleert ('waaieren' in het Indo-jargon), zoals het typische Tielman A 7,9
akkoord in 'Java Guitars' of 'Guitar Man' merkt
dat men heel gemakkelijk de volumeknop raakt en abusievelijk
verstelt of dichtdraait. De knop zit eigenlijk veel te dicht bij
de brug en de snaren.
(geluidsfragment:
A 7,9 waaieren 'Tielman Brothers')
Bij de Jazzmaster zijn die
regelaars verder naar beneden verplaatst en zitten ze tevens
precies op de goede plaats voor het zogenaamde 'violen' met de
pink. Andy Tielman en Alfons Faverey
perfectioneerden deze techniek in hoge mate. Het volume zwelt
langzaam aan, als bij een steelgitaar met volumepedaal. Door de
juiste plaatsing van de regelaars op de Jazzmaster,
lukt dit ook met de toonregelaar: een meer 'poe-aah' effect.
(geluidsfragment: violen V+T 'The Jokers')
Alfons deed
het ook met beide regelaars tegelijk: de ringvinger rond de
volumeknop, de pink rond de toonknop. Op een Stratocaster
is deze techniek lastiger, op een Telecaster
onmogelijk. Het geluidsfragment hierboven demonstreert dit dubbele violen met
volume- èn toonregelaar.

Jazzmaster van de auteur (1965, nr. L54221): rode beits met transparante lak, drie elementen, fase- en serieschakelaar, Schaller mechanieken en de vier overgebleven gaten uit het tien-snarige tijdperk.
Waarom schaften Indo's
nu eigenlijk vooral die Jazzmasters aan? In eerste instantie in navolging van de
Tielman Brothers. Verder wordt wel gesuggereerd, dat ze gewoon de duurste (en
dus de beste?) wilden. Men komt ook relatief veel Fender Jaguars tegen onder
de IndoRockers. Ook dìe werd kort na de introductie aangekondigd als het
topmodel van Fender. In de praktijk bleek de Jaguar echter tegen te vallen, maar
het was in ieder geval de duurste Fender. Veel
Indorockers waren (en zijn nog steeds) uitermate gevoelig voor uiterlijk vertoon: maatkostuums,
modieuze schoenen, grote auto's, dure horloges, opzichtige ringen en dus ook
top-of-the-line orkestapparatuur. In de jaren '60 rolde het geld onder de
Indorockers snel en gemakkelijk: Gibson & Fender gitaren, Fender Dual (!) Showman
versterkers, Shure microfoons, Semprini of Binson zanginstallaties, Dynacord en
Echolette echo's, het kon allemaal niet op. Terwijl menig Hollands bandje het
moest doen met Egmonds en Höfners gepropt in een Volkswagenbusje stapten de Tielman
Brothers en de Crazy Rockers in hun gerieflijke Mercedes of Porsche. Of deze hang naar dure
merkinstrumenten uiteindelijk de reden is dat er bij Indo's
weinig Stratocasters en al helemaal geen (nog goedkopere) Telecasters werden en
worden gezien, zal waarschijnlijk een onbeantwoorde vraag blijven.
De Jazzmaster is een verslavende gitaar. Ik heb die van mij nu meer dan 40 jaar
en ik heb eigenlijk nooit goed kunnen wennen aan iets anders. Behalve het eerder
genoemde speelcomfort is ook het extreem heldere en onvervormde geluid iets waar
je steeds weer naar terugverlangt bij het bespelen van een andere gitaar.
Voor de volledigheid meld ik ook
enige nadelen van de Jazzmaster:
De brede enkelspoels elementen zijn nogal gevoelig voor brom en de gitaar heeft wat minder sustain omdat de brug op puntlagers staat. De Jazzmaster is enige tijd uit de productie geweest. Het cleane geluid voldeed niet meer in een kakofonische tijd dat een muur van geluid met heavy-distortion en metal-boosters de sound van de muziek bepaalden. Op het ogenblik is er een lichte revival van de Jazzmaster. De gitaar wordt door Fender Japan & USA weer vervaardigd en steeds meer Indo-Rock groepen schaffen zich weer een oude of nieuwe Jazzmaster aan. De herontdekking van een hele goede en karakteristieke gitaar.
Literatuur:
Roelf Backus (1946) was in 1965
gitarist bij The Raylettes en van 1966-1988 sologitarist bij The Groovy's. Hij
was werkzaam als Keel-, Neus- en Oorarts in Zeist (1984-2006),
speelt nog dagelijks en treedt samen met zijn vrouw Chris op
onder de naam Daisy Belle.

Roelf Backus,
laatste wijziging: september 2007.
De oorspronkelijke tekst is gepubliceerd in het
informatieblad van de
Stichting Indo-Rock (SIR)
Jaargang 6 nummer 21,
maart 1998
Deze tekst is in de afelopen jaren
enkele
malen aangevuld en aangepast
Roelf
Backus' Muziek, Oor & Gehoor Site